Actua

  • Natuurpunt Bocholt verwelkomt "De Boomkiker"
    1 juni 2015 |   
    Auteur WWS-Services File search Google


    Natuur reservaat Smeetshof heeft er een nieuwe soort bij" De Boomkikker of wel Europese boomkikker (Hyla arborea)"
    Bocholt kan weer trots zijn op zijn gebieden.

    Gedurende de dag maar zeker in de avond hoor je de Boomkikker non stop roepen om zijn aanwezigheid te tonen in de hoop op passerende vrouwtjes.  

    De boomkikker (Hyla arborea) is de kleinste kikker met een grote van 4,5 centimeter die in onze contreien voorkomen. De Boomkikker is meestal gifgroen maar hij past zich zeer goed aan zijn omgeving aan waardoor de kleuren kunnen verschillen. De zijkant van het kopje heeft een zwart gestreept variŽrende tekening, die vanaf de voorzijde neus tot en met de zijkant van zijn lijf doorloopt. Boomkikkers hebben een kwaakblaas onder de kin dit verschilt tegenover zijn neven die deze aan de zijkanten van het kopje hebben. De boomkikker wijkt af van andere kikkers omdat hij zuignapjes aan de poten heeft waardoor op gladde en steile oppervlakten ook de Boomkikker kan maneuvreren en hierdoor kan de Boomkikker in planten, stuiken en bomen klimmen.


    Boomkikkers zijn zonaanbidders ze zoeken de zonnige plekken op hierdoor zijn winddichte zones met zeer zonnige open stukken van belang. Boomkikkers hebben voorkeuren vaak zijn dit biotopen voorzien van voldoende plekken met omringende bramenstruiken. De bramenstruiken hebben bladeren waar de boomkikker goed op kan zonnen en hier zijn rust vind. Bij gevaar kan de boomkikker dan ook snel beschutting vinden en door veel prooidieren niet meer toegankelijk zijn. Boomkikkers kunnen dan van de bladeren afspringen en kan schuilen tussen de doorns. De boomkikker wil overwinteren op beschutte plekken, zoals strooisellagen, houtwallen en oeverhoekjes. Boomkikkers worden ook aangetroffen in holen onder de grond, boomholten, takkenhopen en soms in oude putten. Boomkikker zijn een pioniers de soort vertrekt als de leefomgeving niet meer aan zijn eisen voldoet. Zijn biotoop moet daarom groot genoeg zijn om aan zijn behoeften te voldoen en zal met uiterste zorg moeten worden beheerd.


    Boomkikkers leven voornamelijk op het land en gaan alleen ten behoefte van voortplanting het water in. De voortplanting start half april na het paren zullen de eitjes worden afgezet op diverse waterplanten.


    Poelen in ons gebied worden meer en meer trekpleisters voor verschillende soorten en hebben veel aandacht nodig. Dit heeft zeker onze prioriteit poelen en wateren mogen niet verdichten en of andere bestemmingen krijgen deze zijn zo belangrijk in onze gebieden.





    Simpel lijkend maar meer werk dan gedacht: De meesten denken "graaf een gat en je hebt een poel". Maar dan; hoe zorg je dat amfibieŽn en libellen zich er thuis voelen? En hoe zorg je dat het niet over een paar jaar weer dichtgegroeid is? Maar poelen zijn o zo belangrijk voor de vele soorten Salamanders, padden, kikkers, libellen maar ook zoogdieren, vogels insecten, spinnen etc zijn rondom de poelen aanwezig en hebben hier allemaal hun eigen rol.
    De natuur is zo mooi geregeld als larven in het water leven, zijn kikkers en padden vegetarisch. Volwassen dieren komen het water uit en zijn dan carnivoor. Kamsalamanders zijn altijd een paar centimeter groter dan andere salamanders en kunnen daarom, meteen als jonge dieren al, leeftijdsgenoten van andere soorten eten. Kikkers vangen hun prooi met een roltong, salamanders doen dit met een zwaai met de kop. Ook kenmerken van de larven en eieren zijn in verschillende stadia en ieder met zijn eigen kenmerken te omschrijven. Zo leggen de Gewone padden dubbele rijen eitjes, de Knoflookpad legt korte strengen met meerdere rijen eitjes naast elkaar. De Rugstreeppad maakt lange enkele strengen. Een interessante larve is die van de Knoflookpad: deze wordt soms wel 18 centimeter groot! Dat is een formaat dat je ook ziet bij bijvoorbeeld de Brulkikker. Larven van sommige libellensoorten zijn tweejarig. Het kan daardoor dus zomaar voorkomen dat de volwassen dieren 'een jaar overslaan'. Waaraan herken je libellen eigenlijk? Het lijf van een libel eindigt met een spits puntje en dat van een juffer in een dikkere 'flos' van uitwendige kieuwen. Dat komt omdat libellen ademen met tracheeŽn, terwijl juffers hier de 'flos' onderaan hun lichaam voor gebruiken.
    Poelen in de verschillende zones van reservaten: Bijzondere libellen en amfibieŽn komen in alle waarschijnlijkheid niet voor in een poel in agrarisch gebied maar alleen in poelen in natuurgebieden of in vennen. Een poel is gegraven, een ven is natuurlijk ontstaan. Binnen onze reservaten - gebieden zijn op veel plekken kwelwater plekken te vinden hier zijn zeker veel verschillende belangrijke waterplanten te vinden maar dit is natuurlijk ook meteen een biotoop waar veel verschillende soorten aanwezig zullen zijn die allemaal hun eigen bijdragen leveren en elk heeft zijn doel en waarden.
    Er zijn veel overeenkomsten: natuurlijke watertjes hebben de neiging dicht te groeien en moeten dan beheerd worden het begroeien van deze watertjes is altijd een strijd maar we zullen dit zeker bij moeten houden. De boomen en stuiken zullen binnen de korste keren een water bezetten, met als gevolg dat de wateren weer te rijk gaan worden van de bladeren en het dicht slippen van de wateren gaat verzuring veroorzaken waardoor ook het waterleven weer gaat verdwijnen.


    AmfibieŽn hebben drie biotopen nodig: Ė een voortplantingsbiotoop, dit zijn wateren die niet bevolkt zijn met vissen.(een zomerpoel evt. met visjes, die in de zomer uitdroogt, vissen doen zich tegoed aan jonge larven). Ė een zomerbiotoop, land inrichting met goede beschuttings mogelijkheden Ė een winterbiotoop, dit ook op land is zeer goed te vergelijken met het zomerbiotoop maar de beschuttingsmogelijkheden zouden een langdurige karakter (wind en water vrij voor vorst te mijden is het meest ideale) moeten hebben.
    Deze drie moeten zeker aanwezig zijn om een geschikte biotoop te garanderen voor amfibieŽn.
    Dee omgeving van de poel is dus belangrijk: niet alleen omdat deze bijdraagt aan de waterkwaliteit in de poel, maar ook omdat deze dient als winter en zomerbiotoop voor de amfibieŽn. De land- en waterbiotopen moeten bij elkaar in de buurt liggen, maar hoeven niet direct aan elkaar te grenzen. AmfibieŽn trekken wel een paar honderd meter. Het is natuurlijk wel een voorwaarde dat de trek mogelijk is. De zomerbiotoop moet beschutting leveren, verschillende microklimaten en voedsel. De amfibieŽn hebben beschutting nodig om zich te kunnen verschuilen, bijvoorbeeld bosjes of struwelen, ruigten, of kruidenrijke vegetaties. Er moeten (schaduwrijke) plaatsen zijn met voldoende vocht. AmfibieŽn zijn vaak 's nachts actief, zodat ze niet uitdrogen. Alleen in de paaitijd komen ze ook wel overdag tevoorschijn. Een terrein met veel diversiteit in structuur is daarom erg geschikt.
    Daarnaast is voedsel van groot belang. Diversiteit in structuur is ook belangrijk in de winterbiotoop. Vorstvrije plaatsen zoals boomholten, bladhopen. Een deel van de kikkers graaft zich vaak in in de modder onderin de poel. Als het deel van de dieren dat zich op land, of juist in de poel, heeft verborgen het niet redt door bevriezing, overleeft het andere deel de winter wel.
    De voortplantingsbiotoop Ė de poel- moet stilstaand water hebben en weinig schaduw zeker geen bomen of stuiken aan de zuidzijde. Er moeten glooiende taluds zijn (minimaal 1:5) aan de noordzijde. Predatie door vis is een groot gevaar hierdoor is het vaak van belang dan poelen eens droog komen te staan en of zal er met enige regelmaat controle moeten gebeuren op vis met als gevolg dat er vissen moeten verplaatst worden naar gebieden waar ze wel blijven mogen gedijen. De poel zou daarom niet te diep mogen zijn, zodat er eens de mogelijkheid ontstaat dat poel droog valt en de vissen zullen sterven. Voor salamanders moeten er voldoende ondergedoken waterplanten aanwezig zijn om in te schuilen. Padden geven daar niet om omdat ze giftig zijn en minder gegeten worden. Het oppervlak moet niet overwoekerd zijn met kroos hierdoor word het onder het water te donker. Zoals een landbiotoop moet in de poel voldoende voedsel aanwezig moet zijn (dit heeft wel zijn tijd nodig), in de vorm van fyto- en zoŲplankton zoals bijvoorbeeld algen en watervlooien. Poelen die alleen door regenwater worden gevoed zijn daarom soms te voedselarm voor amfibieŽn. AmfibieŽn komen voor in poelen met een zuurgraad van 4 tot 8. Rondom de poel moet voldoende vegetatie aanwezig zijn. Bramen en riet aanwezig zijn ter beschutting.
    Zo heeft elke soort eigen specifieke poelvoorkeuren. Larven van Vroedmeesterpad bijvoorbeeld delven vaak het onderspit bij voedselconcurrentie. Zij doen het daarom extra goed in kleine tijdelijke poelen of plassen. Deelnemers kennen deze pad inderdaad uit tuinvijvers in de stad. Kamsalamanders kunnen niet tegen te warm water en komen daarom alleen voor in wat diepere poelen, waar het middenin altijd wat koeler blijft. Boomkikkers echter willen graag ondiepe warme poelen, met ruigte van bijvoorbeeld Braam er omheen. Heikikkers zitten op plaatsen waar ook Pijpenstrootje voorkomt: dit is op plaatsen met weinig fosfaat. Als de concentratie fosfaat hoger wordt wint de Bruine kikker de concurrentie. Ook libellen en juffers hebben specifieke voorkeuren: terwijl de meeste soorten van een meer open oppervlakte houden houdt de Glassnijder juist van poelen die dicht begroeid zijn met Riet en Lisdodden.
    Met dit alles geweten moeten we zeker zijn dat er genoeg verschillende poelen zijn die voor alle soorten het beste kunnen garanderen.


    Problemen en oplossingen
    Zuurgraad van pH9 a pH10 is te hoog dit altijd proberen te voorkomen, In poelen met zulke omstandigheden krijg je snel ziektes en verbleken de salamanders met dood als gevolg. Bij een pH waarde hoger dan pH7 komen bijvoorbeeld de eieren niet uit; kalk strooien zou hier een uitkomst bieden. Maar een natuurlijke vorming van de wateren en of poelen is natuurlijk het streven, omgevingen zo aan te passen dat er een goed evenwicht ontstaat is van belang, maar als tijdelijke overbrugging is het goed dat er zeker positieve resultaten behaald gaan worden. Droogte kan dan ook weer een grote bedreiging opleveren als alle eieren worden geconcentreerd op een klein stukje overgebleven poel en dit uitdroogt. Komt de droogte echter later in de zomer, dan kan hiervan gebruik gemaakt worden door de poel leeg te pompen en vis, zoals Zonnebaars, te verwijderen. Begrazing rond de poel is niet goed vanwege vertrapping; ook wordt de omgeving te rijk te kaal en zo verder. Wel kunnen stukken van de poel uit gerasterd worden: span een draadje tot waar het vee mag komen. Ook andere dieren inzetten biedt perspectief. Schapen maken veelal een te gladde mat, zonder structuur, maar zakken minder diep weg. Schotse Hooglanders zoeken in de zomer verkoeling in het water en zijn niet echt geschikte kandidaten voor beheer rondom de kwetsbare wateren of poelen. Andere bedreigingen zijn ziekten als schimmelinfecties zoals Chytridiomycose door de schimmel Batrachochytrium dendrobatidis, ook wel de Cytridschimmel en roofdieren zoals Reigers, Bunzingen en vissen. Tropische amfibieŽn zijn erg vatbaar voor de schimmel, het is nog niet duidelijk hoe Nederlandse amfibieŽn er op reageren. Voor de beheerders weer van belang dat laarzen 3 uur volledig gedroogd zijn, voordat je er mee in een andere poel gaat, als er schimmel aanwezig is gaat dit gedood zijn en besmetting word geminimaliseerd.
    Waarom in sommige poelen wel en in andere geen amfibieŽn terechtkomen is soms lastig te zeggen. U kunt bovenstaande regels toepassen en toch een poel zonder amfibieŽn hebben, terwijl de poel ernaast wel amfibieŽn heeft. Dat komt omdat kleine verschillen in bijvoorbeeld lichtinval, die blijkbaar grote gevolgen kunnen hebben. Proberen de omstandigheden iets aan te passen kan dan positieve effecten hebben. Ook de aanwezigheid van concurrentiekrachtiger soorten speelt een rol.


    Vormen zijn zeker van belang
    Ronde vormen zijn veel gebruikt en werken goed poelen die open gehouden worden vragen minder onderhoud, hele kleine poelen kleiner dan 8 meter doorsnede vragen dan weer veel onderhoud. Voor amfibieŽn zijn ze prima maar voor de beheerders weer zeer intensief. Kijk goed naar specifieke voorkeuren, Kamsalamanders zijn tevreden met kleine diepe poelen, Boomkikkers willen grote ondiepe poelen met veel struweel rondom het moet voor de Boomkikker heel warm, minimale wind invloeden hebben. In voormalige landbouwgebieden zullen de rijke gronden de moeilijkheidsfactor gaan bepalen. Talud bepaling van 1:9 of 1:6 maakt oeverzones zeer geschikt. De vrijgekomen grond kan worden gebruikt voor grondwallen maar op veel plekken word de grond afgevoerd.


    Beplanting en onderhoud van de randen
    Voor amfibieŽn is struweel in de buurt van de poel nodig. Het is mogelijk om aan te planten, je kunt ook wachten tot vegetatie vanzelf verschijnt. Alleen bij poelen voor weidevogels, een heel andere categorie, zal je de omgeving echt open willen houden. Over deze poelen zullen we later in het jaar eens gaan bespreken. Dit heeft ook en specifiek onderhoud nodig, dan is het geen probleem dat de poel speciale aandacht vraagt. Snoeien is nodig poelonderhoud moet goed gepland blijven worden in onze gebieden, zoals het verwijderen van een teveel aan Lisdodden. Dit werk word gedaan door de vrijwilligers deze groep proberen we uit te breiden en we hebben al meerdere malen een oproep gedaan en we zijn op de goede weg er komen vrijwilligers bij die ook hun bijdragen willen leveren inzake ontwikkeling van onze gebieden. In het broedseizoen word er niet gewerkt maar buiten het seizoen worden de plannen gedeeld en uitgevoerd.


    Bomen opslag
    Het opknappen van bospoelen, in de winter vol blad en de zomer vol kroos is het moeilijkst. Het beste is om alle bomen rondom weg te halen, tot 10 meter van de poel af. Na het herstel moet meteen goed beheer worden ingesteld, anders ziet het er een paar jaar later weer precies zo uit. Bosopslag bij nieuwe poelen is ook vaak een probleem. Maaien en afvoeren in de zomer werkt het best. Hou dit vol tot er een nieuwe mat is gevormd en de opslag minder snel kiemt. Ook handmatig uittrekken van boompjes geeft goed resultaat. In elk geval moet je er op tijd bij zijn en volhouden. Extensief begrazen met dieren kan goede resultaten opleveren echter zoals hierboven beschreven zorg dat wateren en poelen niet volledig bereikbaar zijn. Kleine poelen zeker niet in het begrazingsplan laten deelnemen


    Poelonderhoud
    Een goede inventarisatie van de aanwezige amfibieŽn en libellen is noodzakelijk voor het maken van een onderhoudsplan voor poelen, Alleen als je als beheerder weet wat er in zit kun je het beheer hierop afstemmen. Vrijwilligersgroepen kunnen ook hierbij een grote rol spelen. Poelen moeten regelmatig onderhouden worden, om te voorkomen dat ze dichtgroeien. Geen enkel water of poel is gelijk en doelen moeten ook verschillen in rijkere gebieden en in ondiepe en kleine poelen gaat het dichtgroeien sneller dan in armere of diepe grote poelen. Het onderhoud moet ook niet te vaak gebeuren: sommige zeldzame soorten komen juist voor in de delen die landkarakter terug krijgen en zijn juist door het teveel opschonen zo zeldzaam geworden. Het beste is om elk jaar even bij alle poelen te gaan inspecteren en alleen in te grijpen bij de poelen waar het nodig is. Klein onderhoud, zoals weghalen van een teveel aan Lisdodde, moet op sommige plaatsen jaarlijks gebeuren. Voor groot onderhoud, zoals baggeren, is eens in de 15 jaar voldoende. Het maaisel kun je elders in je gebied neerleggen, een broeihoop is een compleet microklimaat voor bepaalde soorten. Zeker in verder arme bossen kan dit erg interessant zijn.
    Zowel bij het beheer van de randen als van de poel zelf geldt: Ė begin tijdig Ė weet wat er in zit Ė werk altijd gefaseerd


    Verschillende wateren en poelen
    Veel wateren en poelen zijn in onze gebieden natuurlijk ontstaan veel poelen zijn dichtgegooid ten behoeve van de landbouw het opnieuw openen van wateren en poelen is o zo belangrijk voor de biodiversiteit. Ook nieuw gegraven wateren en poelen bieden ter compensatie een uitkomst. Het landschap is grootschalig maar de kleinschalige aanplanting in onze gebieden maakt het verschil en gaat zeker meerwaarde geven.
    De poelen hebben zijn vorm en zijn in goede conditie dit geeft ons dan ook veel verschillende soorten de biodiversiteit is hier dan ook in opmars (zie foto) Deze poel is een aangelegde basis en het biotoop is geschikt voor de algemene soorten maar door de diverse beplantingen is er ook een goede migratie mogelijk. Rond om deze poel zijn er ook veel kwelwater punten en tijdelijke poelen die van nature ontstaan. Veel struwelen van braam en microklimaat voor boomkikkers dus een leuke omgeving. De ondiepe poelen die ook met regelmaat leeg komen te staan vanwege de geringe diepte waarschijnlijk niet of minder geschikt is voor salamanders. Maar onze nieuwe aanwinst doet hier nu zijn intrede.


    Begrazing zorgt voor een beheervriendelijk en natuurlijk onderhoud. Galloway-runderen en Schotse Hooglanders zorgen voor meer variatie in het terrein vorig jaar hebben 700 schapen ons geholpen. Bij een goede verhouding in begrazing zorgen de dieren voor open plekken, verspreiding van zaden via hun vacht en voeding. Bemesting zorgt voor plaatselijke variatie in voedselrijke en voedselarme grond. Bovendien zorgen zij ervoor dat verbossing geen kans krijgt. Runderen en schapen eten vooral gras, kruidachtige, riet, delen van bomen en struiken.


    De inrichting werpt nu vruchten af plas en drasgebieden gecreŽerd met geleidelijk aflopende oevers en eilandjes voor watervogels. In een moerasachtig gebied zullen naast moerasvogels ook veel soorten watervogels en amfibieŽn zich thuis voelen. De afgewerkte nieuwe zones zullen allerhande pioniersvegetatie waarborgen we hopen hier op grote verscheidenheid aan insecten. Deze biotopen dienen ook als broedgebied voor vogels alle ingrediŽnten zijn aanwezig om verschillende habitat te waarboren waar grote biodiversiteit kan gedijen. Een natuurlijke Oeverzwaluwenwand en de vleermuizen in de holtes van de Eikenlanen die hier al van oudsher staan maken het plaatje compleet. Naast deze biotopen en indelingen van wateren, poelen en oevers is er ook aandacht voor bloemrijkgrasland het gebied heeft meidoornhagen als natuurlijke scheidingen maar dit proberen we nog uit te breiden. De plassen met dras gebieden die zijn gecreŽerd bij de eerste inrichting met geleidelijk aflopende oevers voor watervogels en goede water doorstoom heeft nu alle aandacht nodig omdat de kettingdijk een nieuwe inrichting heeft ontvangen, hierdoor is er een vernieuwing geboren dit is nog even afwachten wat de seizoenen ons gaan leren.


    Naast een geschikt voortplantingswater hebben amfibieŽn ook een goed landleefgebied nodig in de directe omgeving van het water. Poelen functioneren daarom goed als er migratiemogelijkheden zijn naar andere landschapselementen in de buurt. Dit maakt dat poelen een essentieel onderdeel zijn van het kleinschalige cultuurlandschap in onze gebieden.


    Er is de laatste jaren hard gewerkt om de natuur te behouden, te versterken en verder te ontwikkelen. Zo is er voor planten en dieren meer natuur aangelegd en de oevers van waterlopen zijn flauwer gemaakt. Via ecologische verbindingszones kunnen planten en dieren zich makkelijk verplaatsen van het ene natuurgebied naar het andere. Ook hebben we ervoor gezorgd dat dieren op verschillende plaatsen een weg kunnen oversteken. Verder is de waterkwaliteit verbeterd, er zijn poelen gegraven.
    Door al deze ontwikkelingen zijn belangrijke natuurgebieden versterkt en met elkaar verbonden. De verbindingen tussen de gebieden zowel naar Nederland als binnnen onze gebieden in BelgiŽ rond om de Abeek grensoverschrijdend Kempenbroek vormen deze belangrijke natuurlijke verbindingen tussen de verschillende natuurgebieden, waar flora en fauna weer prima kunnen gedijen. Vele nieuwe wateren en poelen voor de uitbreiding van biodiversiteit aangelegd ook zal regenwater beter vastgehouden worden door het dempen van sloten op de Nederlandse zijde dit voorkomt verdroging waar we voorheen vaak mee te kampen hadden.
    Nu we gaan verder ook al is het niet makkelijk maar met steun van jullie gaan we onze doelen proberen te behalen.


    Op naar de volgende nieuwe soort die in ons geweldige gebied willen komen wonen we houden u zeker op de hoogte Je kunt de aanwezigheid van deze soorten in de gebieden, waterlopen of grachten melden bij ons en en we zullen dit met een inventarisatieformulier verder opvolgen. U kunt echt helpen door uw foto te plaatsen op onze site en hier de juiste coŲrdinaten opzoeken.

    Deel mee in dit verhaal via het forum Lees meer

    Heeft u vragen klik hier en stuur een bericht     

  • Terug naar boven